Diversiteit

Diversiteit gaat nooit vanzelf
Mama Cash heeft vanaf het begin veel aandacht besteed aan diversiteit van de organisatie, zowel wat betreft etniciteit en seksuele voorkeur als leeftijd en klasse. Oprichter Marjan Sax: ‘Ik ben ervan overtuigd dat dit een van de belangrijkste dingen is die Mama Cash in het verleden heeft gedaan en nog steeds doet. Zo hebben jonge personeelsleden een andere blik op de wereld en ze hebben andere contacten. Ze zitten de hele tijd op Twitter en Facebook, zij zorgen ervoor dat er anders naar Mama Cash wordt gekeken. Voor groepen die geld willen aanvragen is het belangrijk dat je vertegenwoordigd bent in de organisatie en het idee hebt dat je begrepen wordt en welkom bent. Voor iedere organisatie is het voortdurend een hele klus om ervoor te zorgen dat die diversiteit er ook echt is. Diversiteit gaat nooit vanzelf.’ (bekijk interview)

Verschillen
In de samenwerking tussen rijke en minder gefortuneerde vrouwen, vrouwen met en zonder kinderen, lesbische vrouwen en heterovrouwen en witte en zwarte vrouwen kon het soms flink botsen. In de Nederlandse vrouwenbeweging werd in de jaren 80 van de vorige eeuw gediscussieerd over verschillen tussen vrouwen, rijke (‘mevrouw Philips’) en arme (‘Marie wordt wijzer’) vrouwen en heterovrouwen en lesbische vrouwen. ‘Zwart’ was toen vooral een politiek begrip en stond voor alle niet-witte, niet-westerse mensen. Ook immigranten uit Turkije en Marokko waren bijvoorbeeld zwart.

Oprichters Mama Cash

Oprichters Mama Cash

Oprichter Lida van den Broek, afkomstig uit een arbeidersmilieu, was zich geregeld bewust van het klassenverschil met de andere dames Cash. Erfdochter en donateur Johanna, die in de provincie woont zegt: ‘Mama Cash was erg Amsterdams, ik heb me vaak een provinciaaltje gevoeld.’

Zwart-witdiscussie
Het besef dat ‘zwart-wit’ en dus machtsongelijkheid, ook in de vrouwenbeweging een rol speelde, was in de jaren 80 nog geen gesneden koek. Toen Lida van den Broek werd gevraagd voor de oprichtingsgroep van Mama Cash, stelde zij als voorwaarde dat ook zwarte vrouwen mee zouden doen. Van den Broek: ‘Ik wilde heel expliciet met en voor zwarte vrouwen werken. Mama Cash moest een afspiegeling zijn van alle vrouwen in de vrouwenbeweging.’ Daarop werd de van oorsprong Zuid-Afrikaanse en zwarte Tania Leon erbij gevraagd, en was het vijftal oprichters compleet.

Met Van den Broek en Leon haalde Mama Cash de zwart-wit discussie in huis. Zwarte vrouwen verweten Mama Cash dat ze te ‘wit’ dacht en handelde. Het was kennelijk niet voldoende dat ‘het doorbreken van het maatschappelijke, witte, westerse denken’ was opgenomen in de missie. Hun bezwaren hadden vooral betrekking op normen over wat feministisch was. Dé normen van dé vrouwenbeweging bestonden volgens hen niet. Tania Leon verliet Mama Cash al in 1984 omdat ze als enige zwarte vrouw in het bestuur niet steeds de ‘zwart-witkar’ wilde trekken.

Interculturalisatie
Leon’s besluit beroerde de witte achterblijvers. ‘Meningsverschillen bleken vaak langs zwart-witlijnen te gaan’, zegt Lida van den Broek. ‘Het ging onder andere over bewustwording van racisme, het je realiseren wanneer je vrouwen uitsloot. Bij sollicitatieprocedures bijvoorbeeld, moest Mama Cash opletten hoe ze zaken formuleerde.’ Tjheng Hwa Tjoa, die Leon in het bestuur opvolgde: ‘Het kon er fel aan toe gaan, maar we konden zwart-witverschillen goed bespreken. Ik vond het bijzonder dat er binnen Mama Cash ruimte was voor discussie. Men was al heel vroeg met interculturalisatie bezig.’ Tjoa verliet het bestuur in 1987 na een conflict over het al dan niet meewerken aan een artikel over Mama Cash in de rechtse krant De Telegraaf. Dat was volgens Tjoa verraad aan de linkse positie van Mama Cash, terwijl de anderen geen principiële bezwaren hadden.

Keuzes en concessies
Marjan Sax: ‘Met al die diversiteit in huis was het vaak zoeken naar een organisatiecultuur en feministisch beleid waar iedereen zich in kon vinden. Zo hebben we een medewerker uit Afrika gehad die tegen abortus en tegen lesbisch-zijn was. En sommige vrouwen wilden geen feminist genoemd worden, maar womanist. Voor hen had het woord feminist een negatieve connotatie, ze beschouwden feminisme als een westerse term.’ Dit waren delicate kwesties. Ingesleten patronen, zowel aan witte als aan zwarte kant, konden een goede omgang met die verschillen in de weg staan. Veel witte vrouwen hadden een historisch schuldgevoel over kolonialisme en schaamden zich over de superioriteit van Nederlanders. Sommige zwarte vrouwen verwezen naar historisch slachtofferschap, of worstelden met minderwaardigheidsgevoelens.

De vrouwen van Mama Cash maakten in dit spanningsveld keuzes en deden concessies. Marjan Sax: ‘Als we iemand graag wilden aanstellen, ging in die tijd het zwart-zijn soms boven haar standpunten. We maakten één keer een folder waarin womanist stond in plaats van feminist.

Voorrang voor zwarte vrouwen

Centrum voor Surinaamse vrouwen en meiden

Centrum voor Surinaamse vrouwen en meiden

Mama Cash maakte zich in de beginjaren in Nederland met gerichte campagnes bekend bij migrantenorganisaties. Vanaf 1984 gingen al veel subsidies naar initiatieven van en voor zwarte vrouwen. Het geld was onder andere voor radio- en tv-programma’s, 8-maartbijeenkomsten, gezondheidscentra, telefonische hulplijnen, festivals, cursussen en opleidingen. Vanaf 1995 kregen aanvragen voor borgstellingen voor bedrijven van zwarte vrouwen bij het Garantiefonds voorrang. In 1997 werd met extra financiële middelen van Novib gericht geworven onder Turkse, Marokkaanse en andere startende ondernemers uit Afrika.

Workshops cultuurverschillen
Ook zocht Mama Cash bewust naar zwarte medewerkers. De eerste betaalde medewerker, in 1987, was Jos Esajas, een Surinaamse Nederlandse. In de verschillende fondsbesturen, het Garantiefonds, het Cultuurfonds en het Zuidenfonds, zaten altijd vrouwen van verschillende kleur, onder wie de van oorsprong Singaporese Lin Chew en de Palestijnse Leila Jaffar. Lida van den Broek gaf workshops ‘Effectief omgaan met cultuurverschillen’ voor vrijwilligers en staf, met als doel ruimte te creëren voor anders werken op basis van diversiteit. Van den Broek: ‘Mama Cash besteedde systematisch aandacht aan wat eerst interculturalisatie heette en later diversiteit. Dat vonden we belangrijk.’ (bekijk interview)

Voorloper diversiteit

Nancy Jouwe bij het Powerlady Festival

Nancy Jouwe bij het Powerlady Festival

De tweede generatie medewerkers plukte de vruchten van deze inspanningen. Nancy Jouwe, vanaf 1998 manager van het Cultuurfonds: ‘Bij mijn sollicitatie kwam ik tegenover vier gepassioneerde vrouwen met humor te zitten. Witte en zwarte vrouwen. Ik kom uit een politiek vluchtelingengezin, kleur is voor mij politiek en persoonlijk geladen. Het was duidelijk dat het zwarte bewustzijn een plek had bij Mama Cash. De organisatie werkte niet met harde targets, maar zorgde er ondertussen wel voor dat er zwarte vrouwen binnenkwamen. Ik vond Mama Cash moedig, ze koos niet voor de makkelijkste weg. Feitelijk was het een van de eerste organisaties die diversiteit uitstraalde. Mama Cash was echt een voorloper en deed het helemaal niet slecht.’ (bekijk interview)

Geen cultuurrelativisme
Ook in het wereldwijde netwerk van adviseurs doken cultuurverschillen met Mama Cash op. Maar over een aantal zaken viel niet te onderhandelen. Will Janssen, destijds manager van het Zuidenfonds: ‘We wilden geen cultuurrelativisme, dat vonden we glad ijs. Over genitale verminking bijvoorbeeld wilden we geen onduidelijkheid laten bestaan, daar waren we tegen. In een land als Kenia was homoseksualiteit verboden, ook daar deden we geen concessies. Kwamen wij erachter dat een gesteunde organisatie lesbische vrouwen uitsloot, dan had die een groot probleem. We kaartten dit aan en de consequentie kon zijn dat de organisatie niet nogmaals in aanmerking kwam voor subsidie.’ En ze voegt daar aan toe: ‘Het ging natuurlijk niet alleen over cultuurverschillen, maar ook over machtsverhoudingen.’

Machtsverschillen
Voor latere generaties vrouwen binnen Mama Cash is het denken over cultuurverschillen een gepasseerd station. Jessica Horn, bestuurslid van Mama Cash sinds 2007, vindt het wijzen op cultuurverschillen een dooddoener die meestal van conservatieve zijde komt. Horn: ‘Het gaat niet om verschillen in cultuur, het gaat om machtsverschillen. Progressieve vrouwen in Afrika hebben nu hun eigen platforms en bepalen binnen hun eigen organisaties hun eigen agenda. Kijk bijvoorbeeld naar de vrouwenfondsen in Afrika, die maken zelf wel uit waar hun geld naar toe gaat.’ (bekijk interview)

Meiden

Meiden horen erbij

Aers Jed

Aers Jed

Anders dan gangbaar in de vrouwenbeweging hoorden meiden er bij Mama Cash van het begin af aan bij. ‘Mama Cash wilde bewust een diverse organisatie zijn’, zegt oprichter Marjan Sax. In de beginjaren ging er geld naar meidenhuizen en meidentelefoons, later naar projecten rond zelfbeschikkingsrecht en economische empowerment van meiden en jonge vrouwen. Zo ontving de Meidenradio in Nijmegen in 1983 subsidie en kreeg Mi Oso es Mi Kas, een organisatie in de Bijlmer van tienermoeders, tussen 1988 en 2000 verschillende keren geld. Mama Cash steunde ook buitenlandse organisaties die zich richtten op meiden. Eind jaren 90 kreeg Aers Jed in Burkina Faso bijvoorbeeld subsidie om meiden op te leiden tot bromfietsreparateurs.

Meidenjaar
Vanaf begin jaren 90 hadden activistische meiden het niet meer over achterstand, maar over girlpower of grrrlpower. Om meiden en jonge vrouwen in Nederland te stimuleren aanvragen in te dienen riep het Mama Cash Cultuurfonds 1999 uit tot Meidenjaar. Het jaar daarop organiseerde Mama Cash samen met anderen een 8-maartbijeenkomst voor meiden. Het Amsterdamse Chebba Meidenplaza kreeg geld voor het Powerlady festival, en voor ‘Girlztalk, een jaarlijkse talkshow door en voor meiden.’

In het nieuwe millennium werden in het Zuiden veel projecten voor meiden over seksuele en reproductieve rechten en gezondheid gesteund. Deze projecten bestonden vaak uit een combinatie van informatie en empowerment.

Meiden en jonge vrouwen zijn de baas

Nasawiya

Nasawiya

De laatste jaren ligt de nadruk steeds meer op initiatieven die niet alleen voor, maar ook door meiden georganiseerd worden. Groepen en organisaties die meiden zélf opzetten en leiden, zijn het beste in staat hun positie in kaart te brengen en mogelijkheden aan te dragen om die te versterken. Met andere woorden: zelfbeschikking begint met zelforganisatie. Sinds 2009 ondersteunt Mama Cash uitsluitend groepen waar meiden en jonge vrouwen zelf de baas zijn.

Zoals het Pastoralist Girls Initiative in het noorden van Kenya, dat schoolclubs organiseert op lagere scholen; Ponton in het voornamelijk katholieke Polen, een groep meiden die seksuele voorlichting geeft op scholen en ijvert voor verplichte seksuele voorlichting op middelbare scholen; en Nasawiya in Libanon, een collectief van jonge feministen dat acties organiseert onder andere op het gebied van seksueel geweld en verkrachting binnen het huwelijk.

Community of Practice

Community of Practice bijeenkomst

Community of Practice bijeenkomst

Mama Cash is in 2011 samen met de Fondo Centroamericano de Mujeres in Nicaragua de zogenaamde Community of Practice gestart. De Nike Foundation financiert dit initiatief waarbij meiden en jonge vrouwen de leiding hebben, als onderdeel van het Grassroots Girls Initiative. Bij de Community of Practice gaan Vrouwenfondsen, meiden en jonge vrouwen uit de hele wereld regelmatig met elkaar aan tafel om te bespreken hoe meidenorganisaties het beste ondersteund kunnen worden. Ze wisselen kennis en ervaring uit over subsidieprogramma’s en over hoe ze in contact kunnen komen met lokale meidengroepen. Meiden en jonge vrouwen zijn de experts en ze leren de vrouwenfondsen wat wel werkt en wat niet. ‘Bijna de helft van de wereldbevolking is jonger dan 25 jaar, maar toch zijn rechten van jonge vrouwen en meiden op veel plekken een ondergeschoven kindje’, zegt Annie Hillar, manager Programma’s van Mama Cash. ‘Ze krijgen vaak te maken met economische uitbuiting en verschillende vormen van geweld. Ze worden niet serieus genomen en hun stem wordt niet gehoord. Er is een wereld te winnen voor meidenrechten en daar wil de Community of Practice aan bijdragen.’

Lesbische vrouwen

Antipatriarchale levenswijze
In de jaren 70 en 80 bestond in Nederland een levendige lesbische subcultuur. Veel lesbische vrouwen speelden een belangrijke rol in de vrouwenbeweging. Ze stonden zowel op de barricades wanneer het ging om vrije abortus of veiligheid op straat, als om vrijheid van seksuele keuze.

De vijf oprichters van Mama Cash waren allen lesbisch en wisten uit eigen ervaring hoe de wereld lesbische vrouwen buitensloot. Voor lesbische vrouwen was het lastig, zo niet onmogelijk, subsidies voor eigen activiteiten te krijgen. Mama Cash vond groepen die de heteroseksuele norm ter discussie stelden juist belangrijk. Zij verdienden steun vanwege ‘hun niet-traditionele en antipatriarchale levenswijze’. Het jaarverslag over de jaren 1994 en 1995 meldt: ‘Veel lesbische groepen zijn radicaal in hun maatschappijvisie en hebben daardoor ook uitstraling naar andere vrouwengroepen. Daarnaast strijden lesbische groepen ook voor mensenrechten omdat zij extra onderworpen zijn aan geweld en intimidatie.’

Lesbische subculturen

SKUC-LL in 2000

Vrouwen van ŠKUC-LL

Mama Cash gaf in haar beginjaren in Nederland vooral subsidie voor theater, tijdschriften, archieven, roze filmdagen, initiatieven van oudere lesbische vrouwen en rondreizende tentoonstellingen voor en over lesbische vrouwen. Ook buiten Nederland bouwde Mama Cash mee aan lesbische subculturen en organisaties die zich op allerlei manieren inzetten voor lesbische vrouwen. Tevens subsidieerde ze culturele activiteiten, zoals muziek- en theatergroepen en de uitgave van poëzie en literatuur. Het Sloveense  ŠKUC-LL was in 1989 de eerste lesbische groep buiten Nederland die subsidie kreeg. Overigens was het ook de eerste subsidie die Mama Cash aan een groep in Midden- en Oost-Europa toekende.

Regionale verschillen
Op de VN Vrouwenconferentie in Beijing in 1995 werd nog eens duidelijk hoe moeilijk het was voor lesbische groepen in landen in Midden- en Oost-Europa en het Zuiden en om aan geld te komen voor hun activiteiten. Ook bleek dat de rol die lesbische vrouwen speelden in feministische bewegingen per regio sterk verschilde. Lesbisch zijn, en het openlijk bespreken van seksualiteit en seksuele oriëntatie, was in veel vrouwenbewegingen taboe. Daarbij kwam dat lesbische vrouwen vaak niet werden geaccepteerd door activistische bewegingen van homomannen. Dit maakte dat in vele delen van de wereld lesbische vrouwen er alleen voor stonden en kwetsbaar waren.

Onzichtbaar
Erkenning van de mensenrechten van lesbische vrouwen is nog lang geen gelopen race. De belangrijkste drijfveer achter geweld tegen vrouwen is de wens van anderen hun seksualiteit te controleren. Veel staten, samenlevingen en gezinnen schrijven met wetten en gewoontes voor hoe mensen zich wat betreft gender en seksualiteit hebben te gedragen. Vrouwen en meiden, die meestal ook in een economisch afhankelijke positie zitten, zijn vaak de belichaming van de familie-eer: alle vrouwen, ook lesbische en biseksuele vrouwen, moeten zich ‘netjes gedragen’. Als ze dat niet doen hebben ze te maken met vergelding, zoals uitstoting, gedwongen huwelijk, ‘correctief’ geweld door familieleden, vreemden of ordehandhavers, en een verbod zich uit te spreken of zich te organiseren. Deze repercussies vinden vaak in het geniep plaats, ze blijven buiten het zicht van de samenleving. Met als gevolg dat lesbische en biseksuele vrouwen vaak niet uit de kast durven komen en een onzichtbaar en geïsoleerd bestaan leiden.

Opheffing en verbod
Juist onzichtbaarheid en isolement vormen een groot obstakel om veilige ontmoetingsplekken en organisaties te creëren. En als de vrouwen zich wel hebben georganiseerd, hebben organisaties van lesbische en biseksuele vrouwen vaak te maken met invallen van de politie en worden bedreigd met opheffing en verbod. Daarbij komt dat opkomend religieus en politiek extremisme in landen van Oeganda tot Oekraïne en de Filippijnen tot Servië, het leven van lesbische en biseksuele vrouwen in toenemende mate bemoeilijken.

Rompiendo el Silencio

Rompiendo el Silencio

Aansluiting vinden
Groepen van lesbische en biseksuele vrouwen proberen wereldwijd aansluiting te vinden bij andere bewegingen. Bij feministische, GLBT- (gay, lesbische, biseksuele en transgender) of mensenrechtenbewegingen, en in toenemende mate ook bij anti-censuurbewegingen die in post-Sovjetstaten en verschillende Afrikaanse landen zijn ontstaan als reactie op de groeiende repressie. Lesbische en biseksuele vrouwen dagen deze bewegingen uit hen binnen hun beweging op te nemen, en hun kwesties te agenderen.

Maar in veel vrouwenbewegingen is het openlijk bediscussiëren van seksualiteit en seksuele oriëntatie een gevoelig punt. Lesbische vrouwen zijn niet overal welkom en dat is de reden dat de rol van lesbische vrouwen in vrouwenbewegingen van regio tot regio erg verschilt. Lesbische en biseksuele vrouwen worden ook vaak gemarginaliseerd door LGBT-bewegingen, waarin mannen meestal de dienst uitmaken. Ondanks al deze tegenwerking spelen lesbische vrouwen in verschillende regio’s en landen een steeds grotere rol en krijgen ze steeds meer invloed op de verschillende agenda’s.

Lesbische vrouwen in Europa
Lesbische activisten speelden en spelen een belangrijke rol in de strijd voor het recht op abortus, anti-discriminatiewetten, en gelijke behandeling wat betreft huwelijk en geregistreerd partnerschap. Mama Cash heeft in de loop der jaren groepen in zowel Oost- als West-Europa gesteund die zich bezig houden met het opbouwen van eigen organisaties en netwerken, het creëren van veilige plekken en het opkomen voor gelijke rechten.

In het zuiden van Oost-Europa heeft zich een hele sterke lesbisch-feministische beweging ontwikkeld. Mama Cash ondersteunde groepen in de landen van voormalig Joegoslavië, waar lesbische vrouwen een sleutelrol vervullen in de verschillende feministische bewegingen en een leidende rol hebben in de LGBT-bewegingen. Zo gaf Mama Cash in Servië subsidie aan Labris Belgrade, Novi Sad Lesbian Organisation en Rromnjako Ilo, een lesbische groep van Roma vrouwen. En in Kroatië gaf Mama Cash subsidie aan de groepen Lori en Kontra. Jonge lesbische feministen organiseren zich in de zogenaamde queer bewegingen, Mama Cash ondersteunde Queer Beograd en het SEE Q Network, een feministisch queer netwerk van meer dan 20 organisaties uit Zuid Oost-Europa.

Gemenebest van Onafhankelijke Staten
In het nieuwe millennium begonnen lesbische vrouwen uit de Gemenebest van Onafhankelijke Staten (voormalige Sovjetrepublieken) zich te organiseren. Mama Cash ondersteunde in Oekraïne de gemengde homo en lesbische organisatie Nsh Mir voor activiteiten op het gebied van lesbische en biseksuele vrouwen en Insight, een feministische groep van lesbische, biseksuele vrouwen en ‘non-gender-conformistische feministen’, ook in Oekraïne. Mama Cash gaf subsidie aan Labrys Kyrgystan, de eerste organisatie van lesbische vrouwen, homo’s en transgenders in Centraal Azië en aan Women’s Initiative Supporting Group in Georgië, die geweld tegen lesbische en biseksuele vrouwen aan de kaak stelt. Onlangs ontwikkelden queer feministen nieuwe initiatieven en zij vervullen een centrale rol bij de opbouw van een vernieuwde en jonge feministische beweging in verschillende landen.

Latijns Amerikaanse Lesbische Conferentie 1987

Latijns Amerikaanse Lesbische Conferentie 1987

Latijns-Amerika
In Latijns-Amerika, en met name in Mexico, Brazilië en Peru, waren lesbische groepen al vanaf de jaren 70 actief. Decennia lang timmerden zij flink aan de weg, ondanks discriminatie en uitsluiting van vele zijden, waaronder de vrouwenbeweging. In de jaren 90 werden er grote bijeenkomsten van lesbische vrouwen georganiseerd in vrijwel heel Latijns-Amerika waaruit een uitgebreide, levendige lesbisch-feministische beweging is ontstaan. Lesbische, transgender en andere feministische groepen, vele door Mama Cash gesteund, werken samen in allianties en hebben een grote invloed op het karakter van de feministische bewegingen in Latijns-Amerika.

Vanaf midden jaren 90 steunde Mama Cash een groot aantal groepen in Latijns-Amerika. Zoals het Coletivo de Feministas Lésbicas in Brazilië, dat subsidie kreeg voor de organisatie van een regionale bijeenkomst van lesbische vrouwen. Machada Coelho uit Brazilië ontving geld voor onderzoek naar ervaringen van lesbische vrouwen met gynaecologen.

Ook kunst en cultuur zijn belangrijke middelen bij het opbouwen van lesbische bewegingen. Het Mexicaanse Nocturnal-les kreeg geld voor het uitgeven van een bundel lesbische poëzie. En met subsidie van Mama Cash verscheen in 2007 in Chili het eerste lesbische tijdschrift Rompiendo el Silencio, in vertaling ‘De Stilte Doorbreken’. Het tijdschrift, dat nu alleen nog online verschijnt, is een belangrijk middel om het isolement van lesbische vrouwen in het uitgestrekte Chili te doorbreken.

4. Coalition of African Lesbians_south Africa_demonstration

Coalition of African Lesbians

Afrika
In Afrika rust bij veel feministen een groot taboe op lesbische seksualiteit. Vaak zijn lesbische vrouwen dan ook uitgesloten van de mainstream vrouwenbewegingen, en als ze meedoen worden ze geconfronteerd met discriminatie. Omdat het voor lesbische vrouwen in veel Afrikaanse landen vaak veiliger is zich te organiseren binnen gemengde homo/lesbische organisaties, steunde Mama Cash ook vrouwen die betrokken waren bij gemengde initiatieven. Zo kreeg het Rainbow Project in 1999 subsidie voor de organisatie van de Gay and Lesbian Awareness week in Namibië. En de National Coalition for Gay and Lesbian Equality ontving datzelfde jaar steun voor de organisatie van de ILGA World Conference, die werd gehouden in Zuid-Afrika.

Na de millenniumwisseling is er een verschuiving te zien naar subsidieaanvragen van autonome organisaties van lesbische en biseksuele vrouwen, met name in Oost- en Zuidelijk Afrika. De Gunyaki Lesbian Development Group in Kenya kreeg in 2002 geld van Mama Cash voor ontmoetingen en trainingen voor lesbische vrouwen en voor de publicatie van een tijdschrift. Mama Cash ondersteunde ook feministische platforms, zoals het African Feminist Forum, die voor diversiteit staan en die seksuele rechten expliciet ondersteunen.

Mama Cash gaf ook subsidie aan de Coalition of African Lesbians, een groep van Afrikaanse lesbisch-feministen uit verschillende Afrikaanse landen die allianties vormt met verschillende bewegingen in Afrika.

5.-GALANG-Community-organisor-Marianne-Galang-with-Lesbian-girls-in-Barangai-Pansol

GALANG

Azië
Ook in Azië waren en zijn lesbische groepen niet automatisch opgenomen in vrouwenbewegingen. Vanaf de jaren 90 begonnen lesbische vrouwen zich te organiseren in verschillende Aziatische landen, waaruit in India een sterke lesbische beweging is ontstaan en in andere landen baanbrekende initiatieven zijn voortgekomen, zoals in Indonesië en de Filippijnen. De grote kracht van lesbische groepen in Azië is dat ze voortdurend aan het netwerken zijn.

In het nieuwe millennium gaf Mama Cash subsidie aan onder andere de Filippijnse groep Gay and Lesbian Activist Network for Gender Equality (GALANG). Deze organisatie leert lesbische en biseksuele vrouwen en transgenders in de sloppenwijken van Manilla dat er niets mis is met hen en dat discriminatie een schending is van hun mensenrechten. (bekijk filmpje) Ook maakten de vrouwen een strip met in de hoofdrol Pamboy, een eigentijdse heldin met lesbische gevoelens.

Mama Cash ondersteunde ook de Lala Alliance, een netwerk waarin lesbische groepen uit Taiwan, Hong Kong en China, samenwerken. Onder andere de Chinese lesbische groep Common Language maakt deel uit van dit netwerk.

 

Sekswerkers

Bruggen slaan
Terwijl de vrouwenbeweging prostitutie en pornografie veelal zag als ultieme vormen van onderdrukking en uitbuiting, vond Mama Cash dat vrouwen in de seksindustrie net als anderen recht hadden op seksuele en economische zelfbeschikking, op een legaal en zelfstandig bestaan en op bescherming tegen discriminatie en geweld. Het is altijd een van de speerpunten van Mama Cash geweest om zowel de Nederlandse als de internationale beweging voor de rechten van sekswerkers te steunen. Mama Cash sloeg een brug tussen de activisten in het veld en de internationale wereld van fondsen en nam daar het voortouw in discussies over sekswerk.

Margo-st-James-1st-congress-photo-courtesy-Gail-Pheterson

Margo St James tijdens het eerste hoerencongres

Hoerencongressen
In Frankrijk en de Verenigde Staten waren in de jaren 70 de eerste prostituees in actie gekomen tegen hypocrisie en slechte behandeling. (In de jaren 80 werd veelal het woord prostituee gebruikt. Na publicatie van Carol Leigh’s bloemlezing ‘Sex Work: Writings By Women In The Sex Industry” in 1987 begon in de vrouwenrechtenbeweging het veel bredere woord ‘sekswerker’ in gebruik te raken.) Collega’s in verschillende werelddelen volgden. Voorvechters als de Amerikaanse ex-prostituee Margo St. James en de in Nederland werkzame Amerikaanse feminist Gail Pheterson wisten een brug te slaan tussen prostituees en feministen.

In plaats van stigmatisering was empowerment nodig, vrouwen voerden het woord ‘hoeren’ als geuzennaam. In 1985 organiseerde het International Committee for Prostitutes Rights met steun van Mama Cash het eerste Internationale Hoerencongres in Amsterdam met als afsluiting een hoerenbal in Krasnapolsky. Het jaar daarop vond in de gebouwen van het Europees parlement in Brussel onder grote belangstelling van de wereldwijde pers het tweede Wereld Hoerencongres plaats. Mama Cash betaalde de reiskosten van zwarte sekswerkers uit de Verenigde Staten en van feministische bondgenoten uit landen als Thailand en de Filippijnen.

Sekswerkers zijn deel van de vrouwenbeweging
Aanvankelijk legde de hoerenbeweging de nadruk op mensenrechten in brede zin. In de jaren 90 kwam daar expliciet de eis van erkenning van sekswerk als wèrk en de regeling van arbeidsrechten bij. Het strijdbare ‘hoer’ maakte plaats voor ‘sekswerker’.

COSWAS

COSWAS

Mama Cash steunde in de loop van haar bestaan talloze belangenorganisaties van en voor sekswerkers, overal ter wereld. Voorbeelden van door Mama Cash gesteunde organisaties van sekswerkers: Asociación de Mujeres Meretrices de la República Argentina (AMMAR) in Argentinië, Collective of Sex Workers and Supporters (COSWAS), in Taiwan, Danaya So in Mali en Zi Teng in Hong Kong. Een medewerker van Zi Teng zegt over de subsidies van Mama Cash: ‘De steun die Mama Cash ons gaf, was voor ons van grote betekenis, zeker in de begintijd. Daardoor lieten ook andere fondsen zich overtuigen van het belang van onze inspanningen om sekswerkers uit hun isolement te halen. Ook introduceerde Mama Cash ons bij haar partners.’ Voor Zi Teng was het belangrijk dat de subsidie van een feministisch vrouwenfonds kwam. ‘Het maakte ons publiek duidelijk dat sekswerkers niet buitengesloten mogen worden door de vrouwenbeweging, ze maken er deel van uit.’

Sekswerk versus vrouwenhandel
Mama Cash heeft vanaf het begin een duidelijk standpunt ingenomen over sekswerk en over vrouwenhandel. ‘Dat was heel moedig’, zegt activist en oud-bestuurslid Lin Chew. ‘Vrouwen hebben het recht te kiezen voor sekswerk én hebben recht op bescherming tegen gedwongen arbeid en uitbuiting, zowel in de seksindustrie als in andere sectoren. Deze mensenrechten zijn twee zijden van dezelfde medaille.’ (bekijk interview)

In 1987 ging de eerste subsidie op het gebied van vrouwenhandel naar de Nederlandse Stichting tegen Vrouwenhandel (STV). Mama Cash betaalde in de loop der jaren mee aan de organisatie en reiskosten van deelnemers van vele conferenties over vrouwenhandel, zoals conferenties georganiseerd door de Thaise Global Alliance against Traffic in Women. In Europa financierde Mama Cash onder andere La Strada International, een netwerk van organisaties in acht Midden- en Oost-Europese landen. En in Nederland ondersteunde Mama Cash CoMensHa, de opvolger van Stichting Tegen Vrouwenhandel, die voornamelijk bezig is met informatievoorziening over mensenhandel.

Het Red Umbrella Fund

Lancering Red Umbrella Fund

Lancering Red Umbrella Fund

In 2012 kreeg het Red Umbrella Fund, een unieke samenwerking van sekswerkers en social justice funders, onderdak bij Mama Cash. Het is het resultaat van een samenwerking die in 2008 begon met een bijeenkomst georganiseerd door het Sexual Health and Rights Project van het Open Society Institute (OSI-SHARP), andere internationale donoren en het wereldwijde netwerk van sekswerkers, het Network of Sex Work Projects. Het Red Umbrella Fund wil nieuwe geldstromen aanboren en daarmee sekswerkers ondersteunen in hun strijd voor hun recht op zelfbeschikking en hun rechten op het gebied van arbeid en gezondheid.

Nicky McIntyre, vanaf 2008 directeur van Mama Cash: ‘De oprichting van dit fonds is een historische stap. Het Red Umbrella Fund zal de verhouding tussen sekswerkers en donoren veranderen. Het zal voor alle partijen expertise en kennis genereren op het gebied van activisme en van fondsenwerving. Het zal de beweging van sekswerkers overal ter wereld sterker maken, op een schaal die tevoren ondenkbaar was.’

Nothing about us without us

ATSMS

ATSMS

Het Red Umbrella Fund wil nieuwe fondsen werven voor door sekswerkers geleide organisaties. Het fonds onderschrijft het motto van de internationale beweging van sekswerkers: ‘Nothing about us without us’ en sekswerkers hebben dan ook de meerderheid in het bestuur. Ana Luz Mamani Silva van de Asociación de Trabajadoras Sexuales Mujeres del Sur uit Peru en lid van het International Steering Committee van het Red Umbrella Fund: ‘Waarom zouden we alleen ’s nachts op straat aan het werk zijn? Sekswerkers moeten ook actief invloed uitoefenen op beleid dat over hen gemaakt wordt in parlementen, in niet-gouvernementele organisaties en in fondsen. Ze moeten meepraten daar waar beslissingen over hen worden genomen.’

Abortus

Veilige en toegankelijke abortus
In de jaren 70 streden vrouwen en bondgenoten in Nederland met de leuzen ‘de vrouw beslist’, ‘baas in eigen buik’ en ‘abortus uit het wetboek van strafrecht’, voor het recht op een toegankelijke, veilige en legale abortus. De vrouwenbeweging en haar medestanders wonnen na de spectaculaire bezetting van de abortuskliniek Bloemenhove in 1976 en jarenlang actievoeren en lobbyen het pleit: in 1981 werd abortus in Nederland gelegaliseerd. Sindsdien ligt de abortuspraktijk in Nederland regelmatig onder vuur van politici van voornamelijk christelijke huize. Zij willen de termijn waarin abortus is toegestaan bekorten en de toegang tot abortus en overtijdbehandeling minder gemakkelijk maken. Desondanks zijn er bij Mama Cash op dit gebied nauwelijks subsidieaanvragen vanuit Nederland binnengekomen.

Voortrekkersrol

Anti SGP demonstratie in 2007

Anti SGP demonstratie in 2007

Terwijl in Nederland vrouwen met succes actie voerden voor de legalisering van abortus, zijn er nog veel landen waar vrouwen geen of weinig zeggenschap hebben over het voorkomen of afbreken van zwangerschap. In veel landen is abortus verboden en zijn voorbehoedsmiddelen en informatie over seksualiteit, veilige seks en het voorkomen van zwangerschap taboe en niet of nauwelijks beschikbaar. Nog steeds sterft ergens ter wereld elke zes minuten een vrouw aan de gevolgen van een onveilige abortus.

Mama Cash steunde door de jaren heen talloze organisaties die strijden voor reproductieve rechten van meiden en vrouwen. Bestuurslid Jessica Horn roemt de vasthoudende rol van Mama Cash op dit terrein: ‘Mama Cash was er altijd voor de meest progressieve activisten.’ (bekijk interview).

Acties religieuze feministen
Aanvankelijk ondersteunde Mama Cash als seculiere organisatie initiatieven van religieuze vrouwen niet. Echter, in de loop van de jaren 90 begon ze progressieve groepen van religieuze vrouwen die feminisme en vrouwenrechten in hun vaandel voerden, te ondersteunen.

In veel landen legt de katholieke kerk door het beïnvloeden van de politiek de rechten van vrouwen aan banden. In Ecuador, waar abortus is verboden tenzij zwangerschap het leven van de vrouw in gevaar brengt, zetten vrouwen in de jaren 90 met geld van Mama Cash een illegale kliniek op voor veilige abortus. In 1998 kreeg de Federation for Women and Family Planning in Polen geld voor voorlichting over voortplanting en abortus. Zo ondersteunde Mama Cash in het nieuwe millennium Católicas por el Derecho a Decidir Argentina. Deze feministische organisatie van katholieke vrouwen is het niet eens met de leer van de katholieke kerk op het gebied van seksualiteit, anticonceptie en abortus. De vrouwen vinden vinden dat ze het recht hebben zelf te beslissen over hun lichaam. Ze zetten zich in voor legale en veilige abortus en betrouwbare, makkelijk verkrijgbare anticonceptie.

De abortusboot
Eind jaren 90 klopte arts Rebecca Gomperts aan bij Mama Cash. Ze vroeg geld om een haalbaarheidsonderzoek te doen naar een varende abortuskliniek. Gomperts wilde politieke aandacht en aandacht in de media genereren voor het recht op een legale en veilige abortus. Ze wilde vrouwenorganisaties in landen waar abortus illegaal is bijstaan om de discussie op nationale agenda’s te krijgen. Gomperts had in eerste instantie geld nodig om de juridische implicaties uit te zoeken van een abortuskliniek aan boord van een schip. Immers, een schip dat onder Nederlandse vlag vaart, is in internationale wateren Nederlands grondgebied waar Nederlandse wetten gelden. Mama Cash en sommige Erfdochters steunden Women on Waves, zoals het initiatief ging heten. Eerst om het project te ontwikkelen. Later om uit te varen naar landen waar abortus bij wet verboden is en vrouwen voorlichting te geven en zwangere vrouwen buiten de territoriale wateren de abortuspil aan te bieden.

In het nieuws

Women on Waves in Spanje

Women on Waves in Spanje

De abortusboot voer op verzoek van vrouwenorganisaties ter plaatse onder andere naar Ierland, Polen, Portugal, Marokko en Spanje. Meermalen probeerden rechters en regeringen, waaronder ook de Nederlandse overheid, het werk van Women on Waves de pas af te snijden. Het schip werd op de voet gevolgd door de internationale pers waardoor abortus groot in het nieuws kwam én meer zichtbaar op politieke agenda’s belandde.

Zowel in Portugal als in Spanje is abortus inmiddels gelegaliseerd. Na de geslaagde acties van lokale vrouwengroepen en Women on Waves kreeg de Portugese artsenorganisatie Médicos Pela Escolha (‘Doctors for Choice’) in 2007 van Mama Cash subsidie voor het bevorderen van een veilige abortuspraktijk. In onder andere Ecuador, Chili, Argentinië, Peru en Pakistan zijn ‘Safe Abortion Hotlines’ gestart met hulp van Women on Waves en financiële ondersteuning van Mama Cash.

Online abortuspil
Inmiddels heeft de door Women on Waves in het leven geroepen organisatie Women on Web, een online service opgezet om vrouwen in landen waar overtijdbehandeling verboden is aan de abortuspil te helpen.

Erfdochter Johanna heeft nog binnenpret als ze bedenkt hoe ze met haar schenkingen de autoriteiten met hun bezwaren tegen de abortusboot te slim af is geweest. (Bekijk interview)

Campana-Nacional-revolt-banner-bogota2011_11

Campaña Nacional por el Derecho al Aborto Legal, Seguro y Gratuitoin Argentina

Latijns-Amerika
De beweging voor het recht op veilige abortus groeit in verschillende delen van de wereld. In Latijns-Amerika bestaan initiatieven die enerzijds strijden voor ruimere wetgeving, en anderzijds informatie en diensten aanbieden. Zo gaat het politieke lobbywerk dat een lange adem vereist door, terwijl vrouwen en meiden die nu een abortus nodig hebben op een veilige manier hulp krijgen. Steeds vaker wordt, naast een ‘gewone’ abortus, de abortuspil geadviseerd. Het zijn vooral jonge vrouwen die deze initiatieven starten. Voorbeelden zijn de door Mama Cash gesteunde Coordinadora Juvenil por la Equidad de Género in Ecuador en Campaña Nacional por el Derecho al Aborto Legal, Seguro y Gratuito in Argentinië. Hun strijd voor veilige en legale abortus voeren zij in het bredere kader van het recht van vrouwen op lijfelijke zelfbeschikking en keuzevrijheid.

Azië en Afrika

ASAP Pakistan

ASAP Pakistan

In 2008 is het Asia Safe Abortion Partnership (ASAP) opgericht, met leden in vijftien Aziatische landen. ASAP agendeerde het onderwerp abortus op regionaal niveau binnen de Sexual and Reproductive Rights and Health beweging. Ook de leden van ASAP werken met een dubbele strategie: ze lobbyen om wetgeving te veranderen èn ze zetten structuren en netwerken op die vrouwen en meiden kunnen helpen aan een veilige abortus zolang een ruimere wetgeving nog toekomstmuziek is.

Ook in Afrika wint de beweging voor veilige abortus aan kracht. Zo werkt Réseau d’Afrique Centrale pour la Santé Réproductive des Femmes in Gabon, Kameroen en Equatoriaal-Guinea met vroedvrouwen en lokale vrouwengroepen aan voorlichting en het opzetten van een infrastructuur voor veilige abortus. Intussen breidt Women on Waves haar netwerken uit: ze werkt inmiddels samen met vrouwenorganisaties in onder andere Kenia, Oeganda, en Malawi.

Erfdochters

Netwerk vermogende vrouwen

Marjan Sax en Tracy Gary in 1999

Marjan Sax en Tracy Gary in 1999

De Erfdochters is een naar Amerikaans voorbeeld gevormd netwerk van vrouwen met geërfd geld die zich betrokken voelen bij de vrouwenbeweging. Halverwege de jaren 80 ontmoette oprichter Marjan Sax op een congres in de Verenigde Staten feministisch filantroop Tracy Gary, die daar Resourceful Women had opgezet, een netwerk voor vermogende vrouwen. Sindsdien liep Sax rond met het idee iets vergelijkbaars in Nederland te beginnen. Maar hoe bereikte ze deze vrouwen zonder zelf als rijke vrouw uit de kast te komen, iets waar ze op dat moment niets voor voelde?

Plakploeg
Dat probleem loste zich vanzelf op. Marjo Meijer, sinds 2007 duovoorzitter van het bestuur van Mama Cash en erfdochter van het eerste uur: ‘We waren in februari 1985 ‘s nachts affiches aan het plakken voor het hoerenbal dat onderdeel was van de eerste Internationale Hoerenconferentie in Amsterdam. Op het Rokin tegenover de Bonneterie had ik me zodanig gepositioneerd dat ik alleen met Marjan was, buiten gehoorsafstand van de rest van de plakploeg. Binnen de vrouwenbeweging waren er geruchten dat zij met haar geërfd vermogen de geldschieter was van Mama Cash. Ik sprak Marjan aan, ze zei dat ze nog twee andere vrouwen met geërfd geld kende en dat we maar eens bij elkaar moesten komen.’ Zo begon het.

Zelfvertrouwen

Marjo Meijer

Marjo Meijer

‘De Erfdochtersgroep was onze enige veilige plek om het over geld te hebben’, zegt Meijer. ‘Ik voelde me geïsoleerd met mijn rijkdom.’ ‘Mensen realiseren zich niet dat er behalve voordelen aan geld ook veel vooroordelen zijn over mensen met geld’, vult Marjan Sax aan. ‘Iedereen droomt ervan veel geld te hebben, maar niemand kent de schaduwkanten. Het verdriet vanwege het overlijden van je ouders, de verantwoordelijkheid voor dat geld, het schuldgevoel. Geld erven is wat anders dan het zelf verdienen.’

Myriam Everard zegt: ‘Mij werd vroeger niet geleerd om met kapitaal om te gaan, ik wist niet hoe ik het moest beheren.’ Onder elkaar konden de vermogende vrouwen hun financiële kennis en zelfvertrouwen vergroten. Sax bood de Erfdochters onderdak bij Mama Cash. ‘Mama Cash wilde de Erfdochters als vaste geldleverancier natuurlijk binnen boord hebben’, zegt Everard in 2010 lachend. Everard was de eerste particuliere donateur van Mama Cash, in 1989 schonk zij door middel van een notariële acte een substantieel bedrag aan de organisatie.

Nieuwe Erfdochtersgroepen
Vanaf 1989, toen Sax in een interview met Vrij Nederland wereldkundig maakte dat zij de financier was van Mama Cash, waren de Erfdochters gemakkelijker op te sporen. Toen meer vrouwen zich aanmeldden, werd onder leiding van Marjan Sax een nieuwe groep gestart. Door de jaren heen kwam er regelmatig een bij, anno 2012 zijn er twaalf verschillende groepen. Elke Erfdochtersgroep bestaat uit twaalf tot vijftien vrouwen. De eerste anderhalf jaar begeleidt Marjan Sax het programma. Na die tijd beslissen de vrouwen of ze al dan niet doorgaan als zelfstandige groep. De eerste Erfdochtersgroep die in 1985 van start ging, komt nog steeds op gezette tijden bij elkaar.

Niet zeuren
Johanna, die anoniem wenst te blijven, is een van de erfdochters. Ze vond het vreselijk als anderen wisten dat ze kapitaal had. ‘Ik was bang dat ook andere mensen en instellingen mij zouden benaderen voor giften.’ (bekijk interview) Myriam Everard vult aan: ‘Ik was actief in de vrouwenbeweging via de Pacifistisch Socialistische Partij. In die hoek van de vrouwenbeweging was men heel streng. Geld vond men daar “een schande”. Het was vervelend daar altijd verantwoording over te moeten afleggen.’ Johanna: ‘Je mocht nergens over zeuren. “Je hebt toch geld”, zeiden ze dan.’

Nieuwe Server

Nieuwe Server

Klap op de vuurpijl
Op initiatief van Johanna richtte Mama Cash met haar geld het Midden- en Oost-Europa Fonds op. Ook financierde ze het merendeel van de tentoonstellingen die verbonden waren aan de Mama Cash Kunstprijs. En dankzij haar kon Mama Cash in 1999 een nieuwe server en pc’s aanschaffen. Als klap op de vuurpijl schonk zij Mama Cash in 2000 een bedrag van vijf miljoen gulden (2.380.000 euro). Het geschonken kapitaal was bedoeld voor het eigen vermogen van Mama Cash, het vruchtgebruik mocht worden besteed.

Maar het liep anders. ‘Er was in het begin van het nieuwe millennium een grote dip in de inkomsten en dus bestedingen. We moesten enorm bezuinigen’, herinnert oud-penningmeester Louise van Deth zich. ‘Die vijf miljoen betekenden onze redding. We konden verder met wat we aan het doen waren.’ Johanna schonk in de loop der jaren in totaal bijna zes miljoen euro aan Mama Cash en is daarmee de grootste particuliere schenker van de organisatie.

Volgende generatie

who is s/he poster

who is s/he poster

Ook financierde Johanna de productie van een vijftal documentaires van Nederlandse documentairemakers met als thema ‘Who is S/he’. De documentaires werden vertoond tijdens het Mama Cash documentairefestival in 2004 waarmee Mama Cash haar 20-jarig bestaan vierde. Drie documentaires werden uitgezonden op de Nederlandse televisie. Johanna zit nog altijd in haar Erfdochtersgroep, een veilige plek om over haar vermogen te praten. ‘Zij zijn niet op m’n geld uit, zoals de banken.’ De gedeelde ervaringen hebben in de loop der jaren haar zelfvertrouwen vergroot. Ze zegt daarover: ‘Ik ben niet bang meer dat mensen me benaderen vanwege mijn rijkdom. Ook voel ik me niet schuldig als ik iemand nee verkoop. Ik draag mijn kennis nu over op de volgende generatie, namelijk mijn eigen erfdochter.’

Geld als veranderingsmiddel
Myriam Everard ging met haar geld eerst naar het Internationaal Informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbeweging (IIAV). Everard: ‘Daar keken ze me meewarig aan. Iedereen kreeg in die tijd subsidie van de overheid. Toen kwam ik bij Mama Cash uit, een fantastisch initiatief.’ Voor Marjo Meijer lag Mama Cash voor de hand. ‘Haar activiteiten lagen in het verlengde van waar ik zelf mee bezig was. Mama Cash liep voorop in het investeren in rechten voor vrouwen. Geld werd ingezet als veranderingsmiddel, dat sprak me aan.’ Marjan Sax: ‘Door uitwisseling van ervaringen en kennisoverdracht kregen vrouwen controle over hun geld en gingen ze hun geld bewuster weggeven. Wat dat betreft waren en zijn de Erfdochtersgroepen ook een leerschool en springplank.’

Stevige discussies
In het begin kwamen alle grote particuliere giften aan Mama Cash van erfdochters. Anonimiteit en privacy zijn voor veel erfdochters een belangrijke voorwaarde om te doneren. Mama Cash nam daarom de gegevens van de donerende erfdochters op in een aparte administratie, waarmee hun anonimiteit gewaarborgd werd.

Mama Cash onderhield goede persoonlijke contacten met de Erfdochters over haar activiteiten. Zo organiseerde ze halverwege de jaren 90 bijeenkomsten waarop grote donateurs samen konden kiezen welke vrouwen- en meidengroepen ze financieel extra wilden ondersteunen. Dat leidde regelmatig tot stevige onderlinge discussies. In recente jaren werden bijeenkomsten georganiseerd waar donateurs via Skype direct in contact kwamen met activisten uit verschillende delen van de wereld.

Verschil maken

25-jarig jubileum Erfdochters

25-jarig jubileum Erfdochters

De erfdochters hebben veel aan de Erfdochtersgroepen gehad. Ze kennen elkaars familiegeschiedenissen en adviseren elkaar in lastige situaties. ‘Ik ging door de Erfdochters en Mama Cash snappen dat geld deel is van mijn persoonlijkheid. Ik kan er geen scheiding meer tussen maken. Ik bén dat geld’, zegt Marjan Sax. Everard: ‘Dankzij de Erfdochters zijn mijn mogelijkheden enorm verbreed. Ik heb geleerd dat je met geld inzetten het verschil kunt maken!’

Geïnspireerd door de Erfdochtergroepen organiseerde Mama Cash tussen 1997 en 2012 financiële cursussen voor vrouwen – ongeacht hun vermogen of inkomen – over onder andere financiële planning, erfrecht, belasting, beleggen en doneren.

Tijd ver vooruit
De Erfdochters zijn nog altijd stevig ingebed in de organisatie. Als Marjan Sax ziet dat dure congressen over fondsenwerving zich buigen over de vraag hoe je grote donateurs het beste benadert en aan je bindt, glimlacht ze. ‘Dat bedachten we bij Mama Cash en de Erfdochters allemaal zelf.’ Ook hierin was Mama Cash haar tijd ver vooruit.

Vrouwenfondsen

Revolutionaire vernieuwing

Mama Cash workshop in Beijng

Mama Cash workshop in Beijng

Het oprichten van autonome nationale en regionale vrouwenfondsen in Latijns Amerika, Afrika en Azië in de tweede helft van de jaren 90 was een revolutionaire vernieuwing in de internationale wereld van vrouwenrechten. Tijdens workshops die Mama Cash en een aantal vrouwenfondsen uit de Verenigde Staten organiseerden op de VN Wereldvrouwenconferentie in Beijing in 1995, betoogden met name vrouwen uit Afrika dat het Westen een westers kapitalistisch model van ontwikkeling aan Afrikaanse landen oplegde. Geldstromen van Noord naar Zuid droegen bij aan het in stand houden van ongelijke machtsverhoudingen. Daar was Mama Cash het mee eens: ‘Geld van Noord naar Zuid sturen vonden we missiewerk, hoe non-conformistisch Mama Cash ook te werk ging’, zegt oprichter Lida van den Broek. ‘Zowel de vrouwen in het Zuiden als wij wilden dat anders, vrouwen moesten ter plekke fondsen gaan opzetten.’

Grote droom
Daarop besloten Mama Cash en het Noord-Amerikaanse Global Fund voor Women de initiatieven tot oprichting van landelijke en regionale vrouwenfondsen over de hele wereld financieel te gaan ondersteunen. ‘Onafhankelijke vrouwenfondsen in de regio’s waren in die tijd een grote droom’, zegt Will Janssen, destijds manager van het Zuidenfonds. ‘Vrouwen ter plaatse hadden beter inzicht in de kwaliteit en de noodzaak van de aanvragen.’ Daarop werd een deel van het geld van Mama Cash en het Global Fund for Women voortaan besteed aan het steunen van startende vrouwenfondsen.

De grote zus die je je wenst
‘De strategie van het stimuleren van vrouwenfondsen is heel belangrijk geweest in de ontwikkeling van Mama Cash, het was onze nieuwe niche geworden’, stelt oud-directeur Lilianne Ploumen. ‘Wij moesten onze eigen financiers gaan overtuigen van de kracht van autonome vrouwenfondsen overal ter wereld. Novib was de eerste die ons hier financiering voor gaf, dat betekende een doorbraak.’ (bekijk interview) 

In de beginfase werden de vrouwenfondsen met raad, daad en geld voor kantoorkosten terzijde gestaan door de zusterfondsen in het ‘Noorden’. Marjan Sax, een van de oprichters van Mama Cash: ‘Vrouwen ter plekke werden zelf verantwoordelijk voor het geld en ze leerden fondsen te werven. Zo werden ze minder afhankelijk van buitenlandse donoren. Het gaf hen een gevoel van onafhankelijkheid en trots.’ Amalia Fischer, een van de oprichters van het Angela Borba Fonds (nu Fundo Social Elas) in Brazilië: ‘We hebben veel van Mama Cash geleerd over hoe je een fonds opbouwt. We hebben een gelijkwaardige en respectvolle relatie. Mama Cash is de grote zus die je je wenst.’

Wereldwijd netwerk van vrouwenfondsen

Semillas

Semillas

Het eerste vrouwenfonds in ‘het Zuiden’ was Sociedad Mexicana Pro Derechos de la Mujer (Semillas), opgericht in 1990. Daarop volgde in 1996 Tewa in Nepal. Tijdens het 15-jarig jubileumfeest van Mama Cash in 1998 in Amsterdam werd een internationale koepel van vrouwenfondsen opgericht: het International Network of Women’s Funds (INWF). Vanaf die tijd is het snel gegaan. In 2001 waren er, naast het Global Fund for Women en Mama Cash, vrouwenfondsen in Zuid-Afrika, Ghana, India, Nepal, Mexico, Brazilië, Mongolië en Oekraïne. Ruim tien jaar later bestaat het wereldwijde netwerk uit 45 feministische vrouwenfondsen. Ieder fonds is verschillend, afhankelijk van wat de vrouwen in hun land of regio het belangrijkste werkterrein vinden. Maar hun uitgangspunt is hetzelfde: ze werven fondsen en beslissen zelf welke vrouwen-, meiden- en transgendergroepen in hun land of regio ze daarmee steunen.

Verscherpte criteria
Het belang dat Mama Cash hechtte en hecht aan vrouwenfondsen blijkt ook uit het feit dat vanaf 2004 ongeveer een vijfde tot een kwart van haar totale subsidiebudget naar vrouwenfondsen gaat.  Met het nieuwe Strategisch Plan ‘On the Move for Women’s Rights’ in 2009 bracht Mama Cash de vrouwenfondsen onder in een aparte portfolio met een eigen manager en ter zake deskundige staf. Ze verscherpte de subsidiecriteria en breidde haar subsidies uit. Ook ging Mama Cash nauwer samenwerken met de door haar ondersteunde fondsen op het gebied van bijvoorbeeld fondsenwerving, communicatie en strategische ontwikkeling, afhankelijk van de behoefte van het vrouwenfonds. Ook wilde ze dat vrouwenfondsen minder afhankelijk van haar werden. Ze moesten zelf meer geld gaan werven, internationaal, maar ook in eigen land. Voorbeelden van door Mama Cash gesteunde fondsen zijn Semillas in Mexico, het Mediterranian Women’s Fund en South Asian Women’s Fund.

Onderling coachen
Veel vrouwenfondsen worstelen nog steeds met het probleem fondsen te werven in hun eigen regio. Mensen zijn niet gewend geld te doneren aan mensenrechtenorganisaties, laat staan aan vrouwen die voor hun rechten opkomen. Om de vrouwenfondsen hierbij te steunen, lanceerde Mama Cash in 2011 het Strengthening Local Fundraising Initiative. Binnen dit programma kunnen de vrouwenfondsen niet alleen werken met experts op het gebied van marketing, communicatie en fondsenwerving, maar ze kunnen elkaar ook onderling coachen. Ze gaan bij elkaar op bezoek om kennis en ervaring over fondsenwerving uit te wisselen en ze leren van elkaar hoe ze hun inkomstenbronnen kunnen diversifiëren. Antonia Orr, van Semillas zegt hierover: ‘Er bestaan in ons land nog veel misverstanden over wat vrouwenfondsen doen. Daarbij komt dat het lastig is geld te werven voor zaken als veilige abortus, of het ondersteunen van inheemse vrouwengroepen. Andere vrouwenfondsen zijn bij ons op bezoek geweest, zoals het vrouwenfonds uit Georgië. Zij hebben onder andere van ons geleerd hoe belangrijk het is om goede relaties te onderhouden met particuliere donateurs. Wij gaan op onze beurt op bezoek bij Mama Cash en het Global Fund for Women en we hopen op basis van wat we van hen gaan leren meer fondsen hier in Mexico te gaan werven.’

Leren en verantwoording afleggen

Geen controle achteraf
In de eerste jaren van haar bestaan besteedde Mama Cash alleen eigen geld, afkomstig van het vruchtgebruik van de lening die oprichter Marjan Sax in 1983 voor tien jaar had gegeven. Over de bestedingen hoefde aan niemand verantwoording te worden afgelegd. In het jaarverslag 1987 – 1990 staat te lezen: ‘Wanneer het geld eenmaal is toegekend, is het werk van Mama Cash gedaan. Controle achteraf vindt niet plaats. Dit is een principieel punt. De functie van politieagent, informeren “of het geld besteed is waar het voor bedoeld was”, is een rol die Mama Cash niet op zich wil nemen.’ De enige manier van rapportage bestond in de vorm van verhalen van groepen, via brieven, telefonisch contact of via ontmoetingen op congressen. Soms werden boeken, films of tijdschriften toegestuurd die waren gemaakt met subsidie van Mama Cash.

Begin volgsysteem
Toen Mama Cash begin jaren 90 geld van particuliere donateurs begon te ontvangen en in de tweede helft van de jaren 90 ook subsidies van grote particuliere fondsen en overheden, zag ze zich genoodzaakt haar principes op dit gebied te herzien en moest elke gulden worden verantwoord. In 1994 werden de boeken voor het eerst gecontroleerd door een accountant. Ook werd in die tijd een begin gemaakt met het opzetten van een eenvoudig volgsysteem in de database. Daarin werden gegevens over wat de gesteunde groepen met het geld hadden gedaan, vastgelegd.

Formulieren

Lin Chew beoordeelt aanvragen voor het Red Umbrella Fund

Lin Chew beoordeelt aanvragen voor het Red Umbrella Fund

Deze eerste pogingen om de groepen te vragen hoe ze de subsidies hadden besteed, werden niet altijd even goed ontvangen. Lin Chew, in die tijd bestuurslid van het Zuidenfonds: ‘Groepen werden overvraagd met talloze formulieren waarmee ze hun uitgaven moesten verantwoorden. Je kunt je, als je zelf in een Amsterdams kantoor zit met medewerkers om je heen, nauwelijks voorstellen dat het er elders minder geavanceerd aan toe gaat. Hoge eisen stellen aan plannen kon ik verdedigen, maar van organisaties die over anderhalve betaalde kracht beschikten, kon je niet verwachten dat ze aan alle eisen van monitoring voldeden.’

Sympathiek
Monitoren en evalueren waren dan ook lange tijd niet het sterkste punt van de organisatie. Oud-directeur Lilianne Ploumen: ‘We hadden er geen geld, geen tijd en geen mensen voor. Het gebrekkige monitoren kwam ook doordat we deel waren van de vrouwenbeweging. We beoordeelden de aanvragen heel nauwkeurig en gaven vrouwenorganisaties daarna het vertrouwen. We hadden de diepe overtuiging dat het goed was wat ze deden.’ Gelukkig knepen de donoren in de jaren 90 wat betreft evaluaties vaak een oogje dicht. Ze werkten graag met het sympathieke en taboedoorbrekende Mama Cash.

Maatschappelijke verandering zichtbaar maken
In de eerste jaren van het nieuwe millennium begon de schoen echter te wringen. Het rapporteren door middel van verhalen vertellen had zijn beste tijd gehad. Oud-directeur Ellen Sprenger: ‘De financiers werden kritischer, ze wilden tastbare resultaten zien. Maar hoe leg je maatschappelijke verandering vast? En voor wie, de ondersteunde groepen, de donoren of voor Mama Cash zelf?’ Niet alleen Mama Cash worstelde met het evaluatievraagstuk. Ook andere vrouwenfondsen moesten hun resultaten zichtbaar maken om voor financiering van institutionele donoren in aanmerking te blijven komen. Het Women’s Funding Network in de Verenigde Staten ontwikkelde daarop een evaluatie instrument: Making the Case .

Eerste moedige poging
Mama Cash testte Making the Case en gebruikte het van 2005 tot 2008 om de door haar gesteunde groepen te evalueren. Maar al spoedig bleek het in de praktijk niet te voldoen. Annie Hillar, manager Programma’s van 2008 tot 2012: ‘Veel groepen voelden zich aan het eind van de subsidieperiode overvallen met vragen waar ze niet mee uit de voeten konden. Het zeventien pagina’s tellende Engelstalige document was tamelijk academisch van opzet. Veel activisten waren de Engelse taal niet of onvoldoende machtig en begrepen de vragen niet.’ Ook trok het een wissel op de vertrouwensrelatie tussen activisten in het veld en Mama Cash: Wat gebeurde er met de gegevens en wie anders dan Mama Cash kreeg de gegevens onder ogen? Voor Mama Cash zelf was het een ondoenlijke klus de verscheidenheid aan informatie van de meer dan tweehonderd groepen die ze in die tijd ondersteunde, in haar database te verwerken. Hillar: ‘Making the Case was een moedige eerste poging maatschappelijke

 

veranderingen in een feministisch kader zichtbaar te maken. Maar het was duidelijk dat we op zoek moesten naar een andere vorm van evalueren, waar alle partijen iets aan hadden, de activisten, de donoren en Mama Cash.’

Evaluatie onderdeel van het subsidieproces

Annie Hillar and Alejandra Sarda

Annie Hillar en Alejandra Sarda

Met het nieuwe strategisch plan 2009 -2013 ‘On the move for Women’s Rights’ werd besloten minder groepen met meer geld te ondersteunen. Evaluatie werd onderdeel van het proces van het aanvragen en toekennen van subsidies. Hillar: ‘Groepen vragen nu in eerste instantie subsidie aan met een korte zogenaamde Letter of Intent. Als Mama Cash geïnteresseerd is in de groep, dan wordt er samen een werkplan opgesteld. Onderdeel van het werkplan is het proces dat de groep het komende jaar wil doormaken, zowel wat betreft de resultaten die ze wil bereiken als de organisatie zelf. Als het tot een samenwerking komt, dan vormen het werkplan, het budget en de op hún proces toegesneden punten van evaluatie onderdeel van het contract.’

Learning for change
Zowel in de loop van het jaar als aan het eind van de subsidieperiode wordt er vanuit Mama Cash op afgesproken tijden feedback gegeven en evalueert de groep zichzelf aan de hand van de reeds bekende vragen. Hillar: ‘Met dit evaluatieproces, dat we Learning for Change  noemen, overvragen we de groepen niet. Integendeel. De groepen leggen verantwoording af over hun activiteiten, terwijl ze tegelijkertijd leren. Het geeft ze juist informatie over de ontwikkelingen die ze doormaken.’ Learning for Change is niet alleen van belang voor de groepen. Ook Mama Cash committeert zichzelf aan dit evaluatieproces, zodat ze zelf ook voortdurend leert over haar interactie met de door haar gesteunde groepen.

Influencing philantropy

Anderen overtuigen
In de loop van haar bestaan heeft Mama Cash andere organisaties en donoren beïnvloed om meer vanuit het perspectief van vrouwenrechten te werken. In de jaren 80 en 90 haalde ze in Nederland banken over de streep om vrouwelijke ondernemers als waardevolle klanten te zien. En tijdens de jaren 90 inspireerde Mama Cash, samen met andere vrouwenfondsen, institutionele donoren om zelf gender-programma’s op te gaan zetten. In het eerste strategisch plan ‘She makes the Difference’ voor de jaren 2004 – 2008, nam Mama Cash zich voor naast financier ook lobbyist te zijn binnen de wereld van donoren en filantropie. Hoewel ze op dat moment hiervoor nog geen duidelijke strategie had ontwikkeld, wilde ze anderen ervan overtuigen meer geld te investeren in de rechten van vrouwen en meiden.

Meedenken met de overheid
In 2007 kon Mama Cash een begin maken dit voornemen in daden om te zetten. In dat jaar riep de Nederlandse overheid in het kader van de derde millenniumdoelstelling van de Verenigde Naties – ‘In 2015 hebben vrouwen en meisjes gelijke rechten’ – het zogenaamde MDG3 Fonds in het leven. Samen met organisaties als Hivos, Cordaid en Oxfam Novib dacht Mama Cash met de overheid mee over de criteria van dit fonds. Mama Cash kwam weliswaar zelf niet in aanmerking voor subsidie, maar zij spande zich ervoor in dat gemarginaliseerde en relatief kleinere groepen binnen de vrouwenbewegingen een flinke financiële injectie zouden krijgen. Het fonds werd een groot succes. In 2008 keerde de Nederlandse overheid niet de oorspronkelijke geplande 50 miljoen, maar 70 miljoen euro uit aan 45 vrouwenrechtenorganisaties en vrouwenfondsen wereldwijd. Veertien van deze organisaties en fondsen waren eerder door Mama Cash gesteund.

Werken vanuit het perspectief van mensenrechten

Lin Chew beoordeelt aanvragen voor het Red Umbrella Fund

Lin Chew beoordeelt aanvragen voor het Red Umbrella Fund

Met het strategisch plan ‘On the Move for Women’s Rights’ voor de jaren 2009 – 2013 werden de lobby-activiteiten systematischer aangepakt: Mama Cash ontwikkelde de strategie Influencing Philanthropy. Zij stimuleert nu andere organisaties en fondsen te investeren in vrouwen-, meiden- en transgenderrechten, waarbij ze het belang van het werken vanuit het perspectief van mensenrechten en het veranderen van machtsverhoudingen benadrukt. Lin Chew, oud-bestuurslid van Mama Cash: ‘Door te werken vanuit het kader van mensenrechten verzand je niet in morele discussies, zoals ‘dit is goed en dat is slecht’. Je hoeft niemand om hulp te smeken, iedereen kan zich beroepen op deze rechten.’ (bekijk interview)

Eye opener
Zo verzorgde Mama Cash voor de Oak Foundation een workshop over hoe je aanvragen voor financiële ondersteuning vanuit een gender-optiek kunt beoordelen. Nicky McIntyre, sinds 2008 directeur van Mama Cash: ‘De medewerkers van Mama Cash leerden de staf van de Oak Foundation om bij het beoordelen van aanvragen, vragen te stellen als: “In hoeverre gaan vrouwen en meiden profiteren van deze aangevraagde subsidie?” En: “Waarom zitten er in uw organisatie geen vrouwen op plekken waar de beslissingen worden genomen?’” (bekijk interview) Kathleen Cravero-Kristoffersson, president van de Oak Foundation: ‘Onze staf was razend enthousiast, veel van het gebodene was een eye opener voor hen. Wij brengen op onze beurt deze kennis weer over aan de groepen die we steunen. Wij hebben deze manier van werken nu in al onze programma’s overgenomen.’

Untapped potential

GrantCraft-Guide Funding for Inclusion

Cover Funding for Inclusion

In 2010 liet Mama Cash een onderzoek uitvoeren onder 145 fondsen uit 19 Europese landen naar hoeveel van hun subsidies feitelijk naar vrouwen- en meidenorganisaties gaat. De uitkomsten waren tamelijk schokkend, maar tegelijkertijd ook veelbelovend. Negentig procent van de fondsen gaf aan dat ze interesse had om vrouwen en meiden te ondersteunen, terwijl in 2009 nog geen vijf procent van hun bestedingen daadwerkelijk ten goede kwam aan die groepen. Het rapport, opgesteld door de Foundation Center in de Verenigde Staten en Weisblatt & associés in samenwerking met het European Foundation Centre, kreeg dan ook de titel ‘Untapped Potential – European Foundation Funding for Women and Girls’. Als vervolg hierop ontwikkelde Mama Cash samen met GrantCraft, de handleiding ‘Funding for Inclusion: Women and Girls in the Equation’. In deze handleiding zijn praktische strategieën te vinden hoe fondsen vrouwen en meiden kunnen ondersteunen.

Ervaring en expertise delen
Er is nog een hele weg te gaan voordat subsidies op allerlei terreinen evenredig ten goede komen aan vrouwen en meiden. Toch begint het langzamerhand tot de wereld door te dringen hoe waardevol en belangrijk het is te investeren in vrouwen en meiden. Maar meestal wordt deze discussie gevoerd vanuit een economisch perspectief, terwijl mensenrechten en het doorbreken van machtsverhoudingen geen rol van belang lijken te spelen. Mama Cash blijft zich inzetten voor het werken vanuit het perspectief van mensenrechten en wil dan ook graag haar jarenlange expertise en ervaring op dit gebied met andere organisaties delen.

Uitstraling

Mama Cass
Alleen al de naam Mama Cash prikkelde de fantasie en de nieuwsgierigheid. Toen Jessica Horn, sinds 2007 bestuurslid van Mama Cash, voor het eerst van Mama Cash hoorde, dacht ze: ‘Wat een fantastische naam! Wie zijn dat?’. (bekijk interview) De naam werd bedacht door Mieke van Kasbergen, destijds een Amsterdamse taxichauffeur en afkomstig uit de vriendinnengroep rond de oprichters. De naam is losjes gebaseerd op de bijnaam van zangeres Cass Elliot van de The Mamas and the Papas, die liefkozend ‘Mama Cass’ werd genoemd.

Magneet
‘Mama Cash trok me als een magneet’, zegt Will Janssen, die in 1989 als stagiair bij de organisatie kwam werken en later manager van het Cultuurfonds en het Zuidenfonds was. ‘Een fonds voor vrouwen, dat was uniek. En die onafhankelijkheid: Mama Cash gebruikte eigen geld dat in aandelen en obligaties werd belegd om er meer van te maken. Dat was in die tijd not done in de feministische beweging.’ Ook de internationale uitstraling, toen een essentieel onderdeel van de feministische en progressieve strijd, sprak Janssen aan.

Als voorbereiding op de Vierde VN Wereldvrouwenconferentie in 1995 in Beijing, bezocht ze enkele landen in het Zuiden. ‘Mama Cash speelde het klaar om in alle uithoeken van de wereld bekend te zijn’, zegt Janssen. ‘We waren maar een klein fonds, maar als ik ergens kwam, gingen vrouwen gillen van enthousiasme. Ik werd gezien als de verpersoonlijking van Mama Cash.’

Uitreiking Joke Smit Prijs. Lilianne Ploumen (foto hendriksen valk)

Uitreiking Joke Smit Prijs. Lilianne Ploumen (foto: Hendriksen Valk)

Joke Smit-prijs
Ondanks haar wens buiten de gebaande paden te blijven, wist Mama Cash zich bij veel verschillende groepen populair te maken. Niet alleen bij vrouwen die subsidie kregen, ook bij een groter publiek en de Nederlandse overheid. Ze kreeg veel publiciteit en sympathie. In 1994 ontving oprichter Marjan Sax de Zilveren Anjer uit handen van Prins Bernard. Die kreeg zij overigens voor ál haar werk voor de vrouwenbeweging, niet alleen voor Mama Cash. In 1996 kreeg Mama Cash de Joke Smit-prijs uitgereikt, een blijk van waardering van de Nederlandse regering.

Vrolijkheid, humor en creativiteit

Idelisse Malave

Idelisse Malave

Ook onder collegafondsen nam Mama Cash een aparte plaats in. De uit Puerto Rico afkomstige Idelisse Malavé, lid van het bestuur van Mama Cash sinds 2008, maakte in de jaren 90 kennis met Mama Cash op een bijeenkomst van vrouwenfondsen in New York. ‘Ik vond Mama Cash een pakkende naam, niet zo omfloerst als die van sommige andere fondsen. Mama Cash was ‘playful’, stelt Malavé. ‘Zij combineerde serieuze inzet met vrolijkheid, humor en creativiteit. Mama Cash was los en anarchistisch. Het plezier van de vrouwen van Mama Cash sprak mij als Puerto-Ricaanse erg aan.’ Malavé was niet de enige. Tijdens de bijeenkomst waren er informatiestands van de vrouwenfondsen. Bij andere stands lagen er stapels rapporten. Bij Mama Cash lag voorlichtingsmateriaal in de vorm van champagneglazen en andere grappige hebbedingetjes. Malavé: ‘Alle vrouwen stormden er op af en de tafel was in een mum van tijd leeg.’

Sax-appeal
Marjan Sax was van 1994 tot 2001 bestuurslid van het Amerikaanse zusterfonds Global Fund for Women. Ook zij herinnert zich het stijlverschil. Sax: ‘Ik was een bad girl en bracht de positie van lesbische vrouwen en rechten van sekswerkers als onderwerp in. Na afloop van een bijeenkomst vroeg ik het gezelschap mee te gaan naar een lesbische demonstratie, een zogenaamde dyke march. In het Amerikaans is dyke behalve dijk,een slang-woord voor lesbische vrouw. Een vrouw uit Nepal vroeg vervolgens verbaasd waar the dyke was. Ook nam ik dames van het Global Fund for Women mee naar Good Vibrations, een sekswinkel voor vrouwen in San Francisco. Dat ging op een leuke manier, ze waren niet tobberig, wel verbaasd. De andere fondsen waren, vergeleken met Mama Cash, van een grote keurigheid.’ Mama Cash was zo uitdagend als ze wilde zijn, Mama Cash had Sax-appeal.

Bezoek Máxima

Marjan Sax en Maxima

Marjan Sax en Máxima

In december 2001 bracht Máxima Zorreguieta, toentertijd de aanstaande van kroonprins Willem-Alexander, een bezoek aan Mama Cash. Zij was op inburgeringstoer en nieuwsgierig naar de wijze waarop Mama Cash vrouwen in Nederland en in het Zuiden steunde. Máxima refereerde tien jaar later in een toespraak voor de Nationale Postcode Loterij nog aan de ‘allerhartelijkste ontvangst’ die haar bij die gelegenheid ten deel was gevallen. Mama Cash was een toonaangevende en gevestigde organisatie geworden.

Mama Cash als merk
Het eerste logo van Mama Cash verbeeldde de intenties van de oprichters zonder omhaal: de toetsen van een kassa, met daarop de letters M A M A C A S H. Dit logo werd al snel vervangen door de weinig aansprekende buik van een standbeeld van een Griekse godin. Sax: ‘Het eerste logo van Mama Cash was mijn favoriet. Op een gegeven moment vond men dat het ‘ouderwets’ was om een logo te hebben met letters. Er moest een nieuw logo komen met een beeldmerk. Dat is dat stomme buikje geworden.’

Who is S/he?
In 1999 ontwierp grafisch ontwerper Esther Noyons het huidige letterlogo met daaronder tussen haakjes de tekst: (she changes the world). Hiermee was de she-brand geboren. Zo staat er (she breaks new ground) op het jaarverslag 2002, (she inspires you) op het jaarverslag 2004 en ‘she’s pushy’ op het jaarverslag 2011. De nieuwe huisstijl won in 2001 de prestigieuze huisstijl-prijs van de Grafische Cultuurstichting. In 2004 werden de ook door Esther Noyons ontworpen affiches voor het Documentaire Festival met als thema (Who is S/he?) aangekocht door het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Strijdbaar
De nieuwe huisstijl inspireerde Mama Cash een aantal jaren tot een meer esthetische aanpak van haar imago. Zo werd sinds 2005 een serie silhouetten van vrouwenhoofden in pastelkleuren gemaakt, die onder andere werd gebruikt voor het jaarverslag over 2006. Bij de ontwikkeling van een nieuwe website in 2007, koos de organisatie voor felle kleuren en voor foto’s van krachtige vrouwen. Met het aantreden van directeur Nicky McIntyre in 2008 laat Mama Cash haar strijdbare kant meer zien. Sinds die tijd staan op de omslagen van de jaarverslagen demonstrerende vrouwen die luid en duidelijk hun rechten opeisen.